Sponsors

Oude Glorie: Leo van der Veer

2 januari 2022 14:00


Leo van der Veer, één van de steunpilaren van het vroegere succesvolle SSS heeft in augustus 2020 een prachtig interview gegeven aan Voetbal Rotterdam. Wetende dat niet iedereen die rubriek kent, wilden wij jullie dit in deze voetballoze tijd niet onthouden. (bron: Voetbal Rotterdam, Jan Schoonen).

"Met ons dorpsclubje hebben we maar mooi 5 jaar op het hoogste amateurniveau gevoetbald".

Oude Glorie is een rubriek van VoetbalRotterdam die regelmatig verschijnt. De ene keer wordt een voetballer of trainer uit lang vervlogen tijden belicht, de andere keer is er een verhaal gemaakt met een erelid, een lid van verdienste of iemand anders die zich voor zijn club verdienstelijk heeft gemaakt.

Aflevering 10 gaat over Leo van der Veer die bij SSS uit Klaaswaal 18 seizoenen in het eerste elftal voetbalde en bij die vereniging ook 33 jaar lang jeugdtrainer is geweest. Voor dat laatste is hij in 1995 tot lid van verdienste benoemd.

Vertel eens hoe je bij SSS in het eerste elftal terecht bent gekomen.

Leo: ‘Toen ik van de junioren naar de senioren overging werd ik bij de selectie ingedeeld. Daar kenden ze me allemaal al, want ik was elke avond op het sportpark te vinden. Ik was aanwezig bij alle trainingen en trapte wel eens een bal terug. We praten over beginjaren ‘70 en Hans van der Wekke was toen trainer bij SSS. Die trainer is in het begin van het seizoen bij mij thuis langs geweest en heeft toen gesproken met mijn vader. Hij vertelde dat hij mij een prima speler vond, eentje die hij goed kon gebruiken, maar hij vond me te dik. ‘Met het postuur dat hij heeft kan ik hem met goed fatsoen niet opstellen’, zei hij. ‘Er moeten wat kilootjes af. Zou je zoon het zien zitten om extra te trainen?’ Ik was bij dat gesprek niet aanwezig, maar toen ik later van mijn vader hoorde wat de trainer wilde, heb ik ingestemd. Ik kreeg een aangepast trainingsprogramma.’

Hoe zag dat er uit?
Leo: ‘Op dinsdag en donderdag trainde ik gewoon met de selectie mee en na die trainingen werd ik samen met nog een andere jongen door Hans van der Wekke onder handen genomen. Een half uur lang buikspieroefeningen en heel veel kort sprintwerk. Afzien dus, ook al omdat ik daarvoor al anderhalf uur getraind had en daar al kapot van was. Maar het had wel effect, want een paar maanden later was ik 10 kilo afgevallen, ook al omdat ik inmiddels op mijn eten was gaan letten.’

En je biertje had laten staan?
Leo: ‘Dat niet, nee. Die bleef ik veel te lekker vinden, haha. Maar toen ik door die extra trainingen eenmaal op het juiste gewicht was gekomen, ongeveer 78 kilo, bleef ik daar wel op zitten.’

Trainer Hans van der Wekke was zijn tijd trouwens wel vooruit. Individuele training in die dagen, dat kwam niet vaak voor.

Leo: ‘Inderdaad. Maar ik heb er wel veel profijt van gehad. Ik heb trouwens altijd wel goede trainers gehad. Met name René Vermunt en Reinier Kreijermaat, die staken er wel bovenuit. Sijm Beuk, onze trainer in alle jaren dat we in de eerste klasse speelden, had dan weer andere kwaliteiten. Hij zorgde voor discipline en voor een ijzersterke conditie en daardoor waren we altijd topfit en messcherp.’

Want toen mocht je wel meedoen met het eerste elftal?
Leo: ‘Ja. De eerste keer dat ik in de basis stond was in een bekerwedstrijd uit bij TSB, The Shell Boys, in Vlaardingen. Daarvoor had ik als invaller al eens een paar keer wat minuutjes mogen meedoen, maar dat was mijn eerste officiële wedstrijd in de basis. De week erna speelde ik weer in het tweede elftal, een streekderby tegen NSVV 2. Die speelden we met 5-2 helemaal zoek en ik bereidde als rechtsback vier van de vijf treffers voor. Toenmalig voorzitter Aart in ’t Veld kwam na afloop bij ons in de kleedkamer en zei letterlijk tegen mij: ‘Leo, volgende week sta je in het eerste. Ik wil je niet meer terugzien bij deze jongens.’ Dit gebeurde ook, want de zaterdag daarop stond ik in het eerste elftal. Ik werd een vaste waarde en heb vanaf toen alles gespeeld.’

Hoe hoog speelde SSS toen?
Leo: ‘In de tweede klasse. Daar speelden ploegen waarvoor je een lange reis moest maken, Hoek en Arnemuiden onder meer. In het seizoen 1979-1980 werden we onder leiding van trainer Sijm Beuk kampioen en promoveerden we naar de eerste klasse, destijds het hoogste amateurniveau. Moesten wij als klein dorpsclubje gaan voetballen tegen grote ploegen als Quick Boys, Katwijk, IJsselmeervogels, Rijnsburgse Boys en meer van dat soort elftallen.’

Dat kampioenschap van de tweede klasse was toch al een grote mijlpaal voor een vereniging als SSS?

Leo: ‘In die jaren bestond ons volledige elftal uit jongens uit het dorp en dat was wel bijzonder. In die tijd waren er veel jonge spelers die net als ik de overstap uit de jeugd naar het eerste elftal hadden gemaakt, jongens als Jan Snel, Ad Huisman de doelpuntenmachine, André Zegers de architect op het middenveld, Theo Hoek, kilometervreter Bas van der Heiden, Gert Vermaas, een ouderwetse rechtsbuiten en later ook nog Cees Boogaard, Hans Veldhoen en Ruud in ‘t Veld. We hadden dus veel jonge voetballers in het elftal. Er waren ook wat oudere spelers zoals Jan Roobol, die vroeger betaald voetbal had gespeeld bij FC Vlaardingen en Leo Schouten, die bij ASWH jaren op hoog niveau had gevoetbald. Die twee waren trouwens ook jongens uit Klaaswaal. De grote ploegen waartegen we moesten voetballen hadden bijna allemaal gehaalde spelers in de selectie, waaronder veel ex-profs die op die manier nog een centje konden verdienen. Wij hadden allemaal jongens uit het dorp, allemaal spelers die bij SSS in de jeugd gespeeld hadden. Een goede lichting dus en een echte vriendenploeg. En er kwam nog veel meer aan, want ons tweede elftal was ook erg goed in die dagen.’

Werd er bij SSS ook betaald?

Leo: ‘Nee. Heel af en toe kregen we wel eens wat. Een keer kregen we een schoenenbon van 100 gulden en die konden we alleen verzilveren bij Voorwinden, een sportzaak in ‘s-Gravendeel, waar de schoenen best wel duur waren. Ik vroeg aan het bestuur of ik het geld niet kon krijgen in plaats van die bon en dat vonden ze goed. Van dat geld heb ik bij Tros, een sportzaak bij ons op het dorp twee paar voetbalschoenen kunnen kopen. Voor de rest kregen we niets. Ja, op de terugreis na het spelen van een verre uitwedstrijd toen er bij café Overmaas in Rotterdam of bij De Raayberg in Bergen op Zoom gestopt werd, kregen we wel eens een biertje of iets te eten. Maar premies of zo, ik heb dat nooit gekregen.’

Best wel bijzonder, want jullie trokken enorm veel publiek.

Leo: ‘Bij de kampioenswedstrijd in de tweede klasse, thuis tegen NSVV waren er zeker 3000 toeschouwers aanwezig. In de derby’s tegen SHO en Piershil die we de weken daarvoor gespeeld hadden was het ook enorm druk. In die drie thuiswedstrijden moeten er meer dan 10.000 man aanwezig zijn geweest en die hadden bijna allemaal een paar gulden entree betaald. Daar moet de club niet slechter van geworden zijn.’

Hoe ging het in de eerste klasse met SSS?

Leo: ‘We hebben er vijf seizoenen in gevoetbald en een keertje, tegen de Kerst aan, hebben we zelfs nog even bovenaan gestaan, samen met Quick Boys. NAC kwam een keer in de voorbereiding bij ons voetballen. We wonnen met 2-0. Ja, wij hadden een enorm goed elftal toen. Na die vijf jaar ging het minder goed. We degradeerden omdat veel spelers uit ons tweede inmiddels naar andere verenigingen vertrokken waren. Ja, dat gebeurde in die tijd ook al. Die spelers, Marcel Breeman, de gebroeders Dubbeld, René Repkes en Ed Overweel onder meer, waren goed en veelbelovend, maar ze waren nog niet goed genoeg om in het eerste mee te kunnen doen. Maar zij hadden wel degelijk de kwaliteiten om die stap op termijn wel te maken. Maar toen waren ze bijna allemaal vertrokken en omdat wij toch wel een smalle selectie hadden, hadden wij geen aanvulling meer toen dat noodzakelijk was. Dat heeft ons uiteindelijk de kop gekost. We degradeerden naar de tweede klasse en jaren later zelfs nog naar de derde klasse en het zag er nog even naar uit dat we ook naar de vierde klasse zouden afzakken. Maar dat hebben we kunnen vermijden. Ik was 36 jaar toen ik stopte.’

Wat was jouw positie in het elftal?

Leo: ‘Ik ben begonnen als linksback, heb daarna een tijdje in het elftal rondgezworven totdat ik centraal in de verdediging terecht kwam, samen met Cees Boogaard. Jarenlang hebben wij achterin samen een koppel gevormd.’

Wat voor voetballer was je?
Leo: ‘Ik kon heel slecht tegen mijn verlies. Nu nog niet trouwens, hoewel het als vader en nu als opa wel wat minder geworden. Ik was geen schopper, maar als het moest kon ik wel een overtreding maken. Ik was tweebenig, kon goed koppen, was redelijk snel en had de juiste mentaliteit. Ik ga helemaal niet zeggen dat ik een goede voetballer was, maar ik ben een streek- en leeftijdgenoot van Adri van Tiggelen die in Oud-Beijerland bij OSV voetbalde en waartegen we regelmatig vriendschappelijke wedstrijden speelden. Volgens mij heeft hij net als ik op de LTS gezeten waar we al snel als tweedejaars leerlingen mee mochten doen in het schoolelftal. Zoals bekend is Adri naar Sparta gegaan. Ik ga me niet met hem vergelijken, maar zijn mentaliteit zie ik wel een beetje terug in die van mij. Ik ben nooit gescout. Ja, na die wedstrijd tegen NAC zeiden de mensen uit Breda dat ze mijn naam hadden genoteerd, maar ik heb daar later nooit meer iets van gehoord. Zulke dingen gingen toen via het bestuur, dus of NAC al dan niet contact heeft opgenomen; ik zou het niet weten. Het is goed zo. Toen wilde ik niet per se weg bij SSS. Ik had het goed naar mijn zin bij de club. Later, toen ik uitgevoetbald was, heb ik me wel eens afgevraagd wat er gebeurd zou zijn als ik wel bij een betaaldvoetbalclub terecht was gekomen en me helemaal had kunnen richten op het voetballen. Ik werkte bij de PTT als monteur, zwaar fysiek werk en twee, soms drie avonden in de week een training. Overigens heb ik ook een aantal jaren in het streekelftal van de PTT gespeeld. Dat bestond uit PTT-werknemers uit het zuidwesten van Nederland. Dat waren geen misselijke elftallen, er voetballen meestal uit oud-profs in en jonge talenten, die later betaalvoetballer zijn geworden. Er was keus genoeg voor die elftallen, want bij de PTT werkten toen meer dan 100.000 mensen. Als ik wel gescout was en bij een club als Sparta of FC Dordrecht me alleen met voetballen bezig hoefde te houden, wat zou er dan gebeurd zijn? Adrie van Tiggelen heeft het als voetballer ver geschopt, heel ver. Had er dat voor mij ook ingezeten? Ik weet het niet. En zal het dus nooit weten.’

Zit je daar mee?

Leo: ‘Nee hoor. Toen stond ik er helemaal niet bij stil en later, na mijn voetbalcarrière kon ik er toch niets meer aan veranderen. Ik heb een leuke tijd gehad bij SSS, een hele leuke tijd.’

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!