Sponsors

Oude Glorie: Mark Zegers

16 januari 2022 10:15


Keeper Mark Zegers groeide op in Klaaswaal, doorliep alle jeugdteams, kwam op zijn 17e in het eerste van SSS en schopte het zelfs tot Jong Oranje.

In augustus 2021 gaf Mark een interview aan Voetbal Rotterdam. Omdat niet iedereen deze rubriek kent, willen wij dit interview graag plaatsen op onze website in deze voetballoze periode. (bron: Voetbal Rotterdam, Jan Schoonen)

Bij De Jonge Spartaan worden de selectiekeepers al een jaar of vier onderwezen door Mark Zegers, die het klappen van de zweep wel kent. Mark was namelijk veertien jaar keeper in het betaal voetbal bij clubs als Excelsior, Fortuna Sittard, Helmond Sport, FC Emmen en Omniworld en plakte er na al die jaren nog vijf seizoenen aan vast als doelman van Barendrecht. Over zijn avonturen in het betaald voetbal en hoe hij terecht is gekomen bij de Jonge Spartaan in Middelharnis, dat willen we graag weten van hem om zo een nieuwe Oude Glorie aflevering samen te stellen. Mark, 44 jaar inmiddels, ging daar graag op in en na een training met Johan Kroon, Ferry de Koning en Tim Melissant gaat hij op ons verzoek uitgebreid terug in de tijd.

Volgens Wikipedia ben je begonnen bij SSS in Klaaswaal. Vertel daar eens iets over.

Mark: ‘Dat klopt. Ik ben geboren in Rotterdam, maar opgegroeid in Klaaswaal en bij SSS, Sport Staalt Spieren, de plaatselijke voetbalvereniging ben ik als F-spelertje begonnen. Om beurten moesten wij een wedstrijdje keepen en na een week of zes was ik aan de beurt. Ik ben daarna het doel niet meer uit geweest, want ik vond het geweldig. Ik heb de jeugd doorlopen bij SSS en op mijn zestiende bij de selectie gehaald. Ad Bijl was toen trainer en die liet me dat seizoen debuteren. Op mijn zeventiende was ik de eerste keeper bij SSS. Ze hadden daar een ervaren keeper, maar die werd door Ad Bijl opzij geschoven, want ik moest in het doel van hem.’

Dat was nogal wat, zo jong onder de lat in een eerste elftal. Dan zaten de grote clubs natuurlijk meteen op het vinkentouw?

Mark: ‘Ik ga het van mezelf niet zeggen, maar mensen op de club zeiden dat ik veel talent had. Wat ik wel had was de ongelooflijke wil om te winnen. Ik was heel erg fanatiek. Bij mij thuis gingen we één keer per jaar op vakantie en mijn ouders stelden mijn broer en ik altijd de keus: zomervakantie of wintersport. Mijn broer en ik wilden skiën, dus we gingen altijd op wintersport. Het grote voordeel was dat ik zo in de zomermaanden aan de keeperskampen van Frans Hoek kon meedoen. Dat heb ik een paar keer gedaan. Ik was daar niet de beste keeper, maar haalde wel vaak de finales van de spelvormen. Toen ik bij SSS eerste keeper was geworden werd ik tijdens het seizoen gescout door Ajax. Zij hadden onze wedstrijd tegen DSVP bijgewoond, die we met 5-2 verloren. Dat seizoen degradeerden we overigens met SSS, maar ik kreeg een uitnodiging om bij Ajax een proeftraining te komen doen. Frans Hoek was keeperstrainer van Ajax en die kende mij van de zomerkampen. Die zal daar dus wel een balletje opgegooid hebben. Ik naar Amsterdam natuurlijk. Ik heb er aan twee trainingen met de A-jeugd meegedaan, maar ze vonden me toch niet goed genoeg. Ik werd afgetest en in het AD stond daar een tweeregelig berichtje over. Kennelijk waren andere clubs daar ook van op de hoogte, want na die afmelding van Ajax kreeg ik uitnodigingen van NAC Breda, Excelsior, FC Dordrecht en Sparta.’

Het werd uiteindelijk Excelsior. Hoe is dat in zijn werk gegaan?

Mark: ‘Alle clubs die belangstelling toonden boden aan dat ik op amateurbasis mocht komen keepen. Ad Bijl, mijn trainer bij SSS zei dat ik dat niet moest doen. ‘Je moet gewoon wachten. Als ze je echt willen hebben, komen ze wel met een klein contractje aanzetten’, zei hij. Hij had gelijk, want zo gebeurde het ook. Excelsior had interesse en na een proefweek boden ze mij een koelkastcontract aan. Ik kreeg 750 gulden in de maand en daar bovenop reiskosten, de club betaalde mijn rijbewijs en toen ik dat had behaald kreeg ik een auto van de club. Aan het einde van elke maand kreeg ik 1250 gulden, dat was wel lekker. Achttien jaar oud was ik toen. Bij Excelsior was het in het begin trouwens wennen en ook flink aanpoten. Ik had een stap gemaakt van een amateur derdeklasser naar een club in de eerste divisie van het betaald voetbal, waar we twee keer op een dag trainden.’

Hoe ging dat toen met je school?

Mark: ‘School stond niet bovenaan mijn lijstje. Ik was op de HAVO eerder al in de vierde klas blijven zitten en ook over het vijfde leerjaar heb ik twee jaar gedaan. Deed dus zeven jaar over de HAVO. Toen kon dat nog. Nadat ik mijn HAVO-diploma had gehaald ben ik nog wel aan een opleiding bij Schoevers begonnen, maar dat was geen succes. Daar ben ik al snel mee gekapt. Ik zette alles op het voetbal.’

Hoe verliep het verder bij Excelsior?

Mark: ‘Ik tekende een contract voor één jaar. Ik zou na Oscar Moens en Edwin van Ooijen derde doelman worden en mijn wedstrijden in het tweede elftal gaan keepen, zo was de opzet. Hans van der Pluijm was toen trainer bij Excelsior. Die was zelf keeper geweest, bij FC Den Bosch. In de voorbereiding van het allereerste seizoen bij Excelsior stond ik geheel onverwacht onder de lat tegen Sporting Lissabon, want Oscar lag met veertig graden koorts op bed en Edwin was ook niet inzetbaar. Dat seizoen keepte ik mijn wedstrijden in het tweede elftal, maar halverwege het seizoen werd Oscar Moens verkocht aan Go Ahead Eagles, dat in de eredivisie voetbalde. Als vervanger werd John Roox van VVV gehuurd, maar dat ging niet lekker. Hij werd gepasseerd, raakte ook nog eens geblesseerd en toen was ik ineens eerste keus. Mijn debuut was thuis tegen AZ. Die wedstrijd eindigde in  1-1 en ik werd aangewezen als man of the match. Dat seizoen heb ik als eerste keeper afgemaakt. Vijftien wedstrijden stond ik in het eerste elftal onder de lat. Ik was nog altijd maar achttien jaar oud.’

Wat gebeurde er toen je contract na dat eerste seizoen afliep?

Mark: ‘Sparta meldde zich. Ik kon er voor twee jaar tekenen, maar ik kon ook bij Excelsior blijven onder sterk verbeterde condities. Omdat ik wist dat ze inmiddels al goed wisten wat voor keeper ik was,  heb voor twee seizoen bijgetekend bij Excelsior, dat in de persoon van Edwin van Holten een ervaren doelman had aangetrokken. Hij kwam van Telstar. Ik zou tweede keeper worden.’

Na die vijftien wedstrijden in het eerste elftal moet dat toch een teleurstelling voor je zijn geweest.

Mark: ‘Nu kan ik daar genuanceerd over zijn. Het was logisch, want ik was nog heel jong en had als keeper nog veel te leren. Eerste keeper blijven was een illusie, het was niet reëel, zo weet ik nu. Maar zo dacht ik er toen niet over. Toen was ik zwaar teleurgesteld dat ik een stapje terug moest doen.’

Hoe ging het verder?

Mark: ‘Ik keepte mijn wedstrijden in het tweede elftal, in het eerste elftal heb ik niet veel meer gekeept. Na die twee seizoenen gooide Excelsior het over een andere boeg. Ze gingen een samenwerkingsverband aan met Feyenoord, Adrie Koster werd trainer en er werd afscheid genomen van de oudere voetballers. Edwin van Holten zou blijven, Carlo l’Ami kwam over van Telstar en mijn contract zou niet verlengd worden. Ik zou op amateurbasis naar TOP Oss gaan. Mijn ouders waren het daarmee eens. ‘Je laatste kans om als keeper in het betaald voetbal te slagen’, vonden ze. Als het niet zou lukken, zou ik van hen weer naar school moeten. Maar het liep toch anders. Carlo l’Ami was vergeten zijn contract bij Telstar op te zeggen en kon dus niet naar Excelsior komen, want Telstar liet hem niet gaan. Uiteindelijk werkten ze alsnog mee, als ze in ruil Edwin van Holten zouden krijgen. Toen heeft Simon Kelder, toenmalig voorzitter van Excelsior, gezegd dat dat alleen mogelijk was als ik niet naar TOP Oss zou gaan, maar bij Excelsior zou blijven. Zo gebeurde het uiteindelijk ook. Ik heb mijn contract bij Excelsior met nog eens twee seizoen verlengd, onder dezelfde gunstige voorwaarden. Ik zou de tweede doelman zijn. In het eerste seizoen na mijn contractverlenging gebeurde er iets heel bizars: ik werd uitgenodigd voor Jong Oranje.’

Een uitnodiging ontvangen voor Jong Oranje terwijl je tweede keeper was bij Excelsior. Hoe was dat mogelijk?

Mark: ‘Han Berger was coach van Jong Oranje en Joop Hiele was de keeperstrainer. Zoveel jonge keepers waren er toen niet in het betaald voetbal. Je had eigenlijk alleen Jörg van Nieuwenhuijzen van RBC en ik was als tweede keeper van Excelsior nog altijd erg jong. Joop kende mij en ik werd uitgenodigd voor een proefwedstrijd. Ik stopte drie, vier goede ballen, maar of ik erbij zou komen in de uiteindelijke selectie, wist ik niet. Enkele weken later, toen ik terug was bij Excelsior zaten we rond het middaguur tussen twee trainingen aan tafel voor de lunch. Toen kwam Adrie Koster mij vertellen dat ik definitief bij Jong Oranje zou zitten. Toen zat ik ineens bij Jong Oranje. Na die twee jaar bij Excelsior kon ik eerste keeper worden of naar Feyenoord gaan. Daar zou ik na Jerzy Dudek en Erwin Zoetebier derde keeper worden, maar ook Fortuna Sittard meldde zich. Die wilden me graag hebben. Fortuna speelde toen in de eredivisie en van Jong Oranje kende ik jongens als Mark van Bommel, Kevin Hofland en Wilfred Bouma. Nadat ik terugkwam van het EK met Jong Oranje heb ik er voor vier jaar getekend. Het eerste seizoen keepte ik vijf competitiewedstrijden in de eredivisie.’

En hoe ging het daarna?

Mark: ‘Er gingen geruchten dat Ruud Hesp van Barcelona zou terugkeren bij Fortuna Sittard. Voor de club een uithangbord natuurlijk, maar ik wist van niets. Een vriend van me attendeerde me erop dat het op Teletekst stond dat het definitief was dat Hesp naar Fortuna zou komen. Ik moest het dus via Teletekst vernemen. Bij Fortuna zeiden ze de volgende dag dat zolang Hesp fit zou blijven, hij eerste doelman zou blijven. Daar was ik natuurlijk niet zo blij mee, want ik zou er eigenlijk eerste keeper worden, hadden ze voor de komst van Hesp laten doorschemeren. Ik wilde verhuurd worden, maar ze lieten me niet gaan. Na dat ene seizoen ben ik toch verhuurd, aan Helmond Sport. Daar heb ik de leukste jaren van mijn carrière meegemaakt.’

Hoezo?

Mark: ‘Ik was er eerste keeper. Bij Helmond Sport hadden we een heel leuke ploeg, er was een professionele organisatie en er liepen veel aardige mensen rond. Hoewel we op de vijftiende plek eindigden, draaide ik een goed seizoen met maar heel weinig tegengoals. Ik was nog altijd eigendom van Fortuna Sittard, maar dat stevende op een faillissement af. Alle contractspelers mochten transfervrij vertrekken. Robert Maaskant, waarmee ik bij Excelsior had samen gevoetbald werd trainer van Go Ahead Eagles en die club bood me een goed contract aan en Helmond Sport bood me een goed contract met dezelfde voorwaarden. Ik koos voor Helmond Sport, tekende er voor drie seizoenen. Bij Fortuna Sittard waren ze des duivels, want daar dachten ze dat ik wel wilde blijven. Ik heb nergens spijt van gehad, want bij Helmond Sport was het fantastisch, vier van de vijf seizoenen dat ik er keepte haalden we nacompetitie en een thuiswedstrijd tegen Sparta vergeet ik nooit meer. Wij moesten winnen om te promoveren, Sparta had aan een gelijkspel genoeg. In het stadion konden 4000 toeschouwers, maar die dag zaten er meer dan 5000. Sparta won, maar die wedstrijd was een ongelooflijke belevenis door de sfeer en de entourage. Leuke club Helmond Sport, ik heb bijna 150 wedstrijden in het eerste gekeept.’

Hoe komt het dat je nooit een stapje hoger hebt gemaakt?

Mark: ‘Dat weet ik ook niet. Misschien vonden clubs wel dat ik na die periode bij Jong Oranje nog beter had moeten worden. Misschien hebben ze nooit interesse in mij getoond omdat ik in hun ogen die stap nooit maakte.  Wie zal het zeggen?’

Op het lijstje betaald voetbalclubs waar je voor speelde staan ook nog Emmen en Omniworld.

Mark: ‘Bij Emmen was het geen succes. Ik ben er heen gegaan voor Jan van Dijk, die ik bij Helmond Sport een paar jaar als trainer had meegemaakt. Maar ik was er nog niet zo lang of Jan werd ontslagen door de club, want een deel van de spelersgroep wilde niet met hem verder. Daar was ik het niet mee eens en dat heb ik ook laten merken. Ik kwam voor Jan op en dat werd me niet in dank afgenomen. Ik raakte op het tweede plan en na dat jaar ben ik naar Omniworld vertrokken. Maar toen was de jeu er eigenlijk wel af. Ik was 32 jaar en heb het betaald voetbal toen vaarwel gezegd, ook al omdat ik er niet zoveel meer kon verdienen. Dan kan ik net zo goed naar een topamateurclub gaan, zo dacht ik. Het werd Barendrecht, want daar woonde ik inmiddels. Ik heb er vijf seizoenen gekeept en toen was het klaar. In 2014 ben ik gestopt.’

Wie was bij Barendrecht je trainer?

Mark: ‘Jack van den Berg al die vijf jaar. In het betaald voetbal heb ik onder meer Hans van der Pluijm, Adrie Koster, John Metgod, Henk Duut en  Jan van Dijk meegemaakt, maar Jack is de allerbeste trainer die ik ooit gehad heb.’

Waarom vind je dat?

Mark: ‘Jack is tactisch zo sterk. Vanaf de kant kan hij een wedstrijd doen kantelen. Dat heb ik bij andere trainers nooit meegemaakt.’

Je bent nu keeperstrainer bij De Jonge Spartaan. Hoe ben je daar terechtgekomen?

Mark: ‘Ik woon al een tijdje in Ouddorp, heb daar nog een half jaar voor mijn plezier meegetraind bij WFB. Plannen om trainer te worden heb ik nooit gehad. Jack van den Berg heeft een paar keer gevraagd of ik zijn assistent wilde worden, maar die boot heb ik altijd afgehouden. Ik ben getrouwd, heb twee kinderen en een drukke baan. Ik vond het wel goed zo. Maar De Jonge Spartaan hing een paar keer aan de telefoon. Of ik geen keeperstrainer wilde worden. Auke Wagenaar, vroeger trainer hier, had daar ook bemoeienis mee. Uiteindelijk heb ik ingestemd, onder mijn voorwaarden. Eén avond in de week. En op zaterdag ben ik er nooit bij.’

Hoe bevalt dat?

Mark: ‘Prima. Ik kan er goed mijn ei kwijt en ik krijg van de keepers heel veel terug, omdat ze erg gedreven en gemotiveerd zijn. Neem nou zo’n Johan Kroon. Ik heb de keepers weleens aangeboden in de zomermaanden, toen er niet getraind werd, op het strand van Ouddorp door te blijven trainen. Johan heeft dat gedaan. Dan beulde ik hem helemaal af in het rulle zand en gingen we ter afsluiting altijd even in zee zwemmen. En de volgende keer was hij er weer! Geweldig vond ik dat. En ook Ferry de Koning, Tim Melissant en Bjorn Jongepier geven altijd alles. Omdat ik van alle keepers bij De Jonge Spartaan zoveel terugkrijg, kan ik het hier nog wel een tijdje volhouden. Maar meer doen in het voetbal, op meerdere dagen actief zijn, dat nooit meer. Die tijd is geweest.’

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!